Thursday, February 16, 2012

Lovely Laos

The translation in English is below the Dutch version (in purple).

Goed, toen zat ik dus ineens in Nederland met een gevoel dat mijn reis nog helemaal niet af is! Op 13 januari zou mijn vriendin Merte me komen opzoeken en met me meereizen in Laos. Dus ik boek een ticket zodat ik uiteindelijk op dezelfde dag als Merte aankom in Vientiane, de hoofdstad van Laos.

De eerste dagen hangen we wat rond in deze zeer rustige hoofdstad. Ten opzichte van Bangkok, Delhi en ook Amsterdam lijkt deze hoofdstad in slaap gesukkeld te zijn. Maar goed, voor ons is het even heerlijk rustig beginnen aan onze reis. We doen een klein uitstapje naar het Boeddhapark, een uurtje met de lokale bus vanaf hier. Dit houdt overigens in dat dat arme busje tot de nok toe wordt volgepropt met mensen en proviand…. De deur kon net dicht.

Als onze jetlag wat is gaan liggen, nemen we de touristbus en verkassen we met onze spullen naar Vang Vieng. De meeste toeristen gaan hierheen om te tuben en ongelofelijk dronken te worden…. Willen we hier echt zijn? Blijkt dat de omgeving ook mooie dingen heeft om te zien. Dus huren we een motortje en crossen we (soort van off-road) van grot naar blue lagoon en zo verder. Na een paar dagen besluiten we dat we toch echt niet verder kunnen reizen zonder dat we hebben getubed, dus de laatste dag hier dobberen ook wij rond. Van bar naar bar en slingerend het water in is de bedoeling. Blijkt dat dit ook hartstikke leuk is om te doen zonder dat je je helemaal klem zuipt.

Wederom nemen we de touristbus verder naar het noorden: Luang Prabang is onze bestemming. Hobbelend over de redelijk gangbare weg maken we op een gegeven moment een tussenstop. De band (die er qua profiel nog veelbelovend uitziet) wordt vervangen door een zeer oud versleten exemplaar. Ik weet niet of ik nu nog wil instappen… Toch maar gedaan, op hoop van zegen. Gelukkkig komen we soort van veilig aan in Luang Prabang.

Dit is echt een heerlijke stad. Gewoon lekker rondlopen, van het uitzicht op de Mekong genieten, een Wat bezoeken of ergens op een terrasje een biertje doen. Geweldig. Eén ochtend staan we extra vroeg op om de ‘Monniken ontvangen aalmoezen’ te zien. Iedere ochtend lopen de zwijgzame monniken in een stoet van oud naar jong langs de bewoners van de stad en krijgen van hen rijst en fruit. Het is hun eten voor die dag.

Ook doen we een tochtje naar de Kuang Si watervallen. Idyllisch is wel het woord, maar omdat het er knetterdruk is, doet dat toch wel een beetje afbreuk aan het moois. Maar ja, wanneer kun je nou zeggen dat je in zo’n azuurblauwe poel van een waterval hebt gedobberd?!

We trekken weer verder naar het noorden, maar nu per slowboot. Ook dit moet je toch echt wel gedaan hebben als je in Laos bent. Via de Mekong en de Nam Ou komen we, na een tergende 7 uur durende boottrip aan in Nong Khiaw. Goed, vanaf nu vind ik de busritten echt meevallen. Dan zit ik namelijk alleen maar klem tussen mijn eigen stoel en die van degene die voor me zit. Deze uren op de boot heb ik me als origami moeten opvouwen, gezeten op een houten kinderstoeltje….  7 uur lang kijken naar geweldige karstgebergten maakt een hoop goed, maar niet alles.

Wat is Nong Khiaw mooi! Je komt hier voor het uitzicht en dat hebben we :-)  Gewoon daar op de brug gaan staan en zonsopgang, -ondergang of naar de sterren kijken. Wat wil een mens nog meer? Er zijn ook hier weer een aantal grotten. Bijzonder als je bedenkt dat mensen hierin hebben ondergedoken en zelfs een bank een tijdje gevestigd is geweest. Door een misrekening hebben we niet zo heel veel geld bij ons en omdat we niet kunnen pinnen in dit hemelse oord, moeten we na een paar dagen weer terug naar Luang Prabang. Deze keer met de tuktuk, die er 4 oncomfortabele uren over doet. Alles beter dan die boot!

De laatste dagen Laos besteden we weer in Luang Prabang. Vooral veel rondhangen, fruitshakes drinken en baguettes eten, de nachtmarkt iedere avond bezoeken (op  zoek naar de mooiste souveniers natuurlijk), naar Wat Xieng Thong en, niet geheel onbelangrijk, mijn visum voor Vietnam regelen. Omdat het hier Chinees/Vietnamees nieuwjaar was eind januari, hebben ze het consulaat gewoon 12 dagen gesloten. Tja, dat bedenk je als Westerling niet. Maar het is uiteindelijk gelukt… de dag voordat we naar Hanoi vliegen.

’s Ochtends zijn we nog in het heerlijke warme (35 graden celsius), rustige Laos… ’s Middags komen we aan in het koude (17 graden celsius), drukke, maniakale Hanoi. Een wereld van verschil. De volgende dag moet Merte terug naar huis :-(  en ben ik alleen hier tussen honderden duizenden toeterende auto’s en motoren en heel veel mensen. Nu is het wachten totdat mijn moeder me komt vergezellen op mijn reis, over twee weken.

Merte, dank voor de gezelligheid, de goede gesprekken, de muziek, de lol en gekheid tijdens onze reis! Je bent een topwijf en stoere vrouw. En bedank Dibbe dat ik je mocht lenen ;-) Dikke knuffel!!!
In English

Alright, suddenly I was in the Netherlands with a feeling that my journey wasn’t finished yet! On January the 13th my friend Merte would come visit me and join me on my trip through Laos. So I book a ticket to Vientiane, the capitol of Laos, to arrive there the same day as she.

The first days we hang around in this very quiet capitol. Compared to Bangkok, Delhi and even Amsterdam it seems like this capitol has fallen asleep. Oh well, for us it is a nice tranquil way to start our journey. We do a small tour to the Buddhapark, an hour drive with a local bus from here. This means that the pour little bus is jam packed with people and supplies… They can just get the door closed.

When our jetlag finally takes a rest we take the tourist bus and move with our stuff to Vang Vieng. Most tourists go here to go tubing and get incredibly drunk… Do we really want to be here? It turns out that the area around also has some beautiful things to see. So we rent a motorbike and tour (kind off off-road) to see caves, blue lagoons and so on. After a couple of days we decide that we can’t leave this place without having tubed ourselves. Next day we too are drifting around. Bar to bar, swinging into the water is what you have to do. Turns out it’s fun to do even if you’re not entirely wasted.

Again we take the tourist bus further up north: Luang Prabang our next port of call. It’s a bumpy ride over a reasonably good road. On our way we make a stop. One of the tires (the profile of which still looking promising) is being replaced by a very old, worn out sample. I’m not sure if I want to get back in the bus now. Eventually I do, hoping for the best. Luckily we arrive in Luang Prabang kind off safe.

This is such a nice city. We just wander around, enjoy the view of the Mekong, visit a Wat or have a beer somewhere. It’s great. One morning we get up extra early to see the ‘Monks alms’. Every morning the silent monks walk past the villagers in a procession from old to young and receive rice and fruit. This is their food for the day.

We also do a tour to the Kuang Si waterfalls. It’s idyllic here, but also really busy which affects the beauty a bit. Oh well, who can say they have swam in one of those amazing blue pools of a waterfall?! (me, me!!!!)

We travel further north, this time per slow boat. This, too, is one of those ‘must have done things’ in Laos. Via the Mekong and the Nam Ou we arrive in Nong Khiaw after a dreadful 7 hour boat trip. Okay, from now on I won’t complain about the bus any more. Then I’m just wedged between my chair and the one in front of me. These hours on the boat I have had to fold myself like origami, sitting on a little wooden kids chair…. We watch the magnificent karst mountains for those 7 hours. It makes up for the uncomfortable seats a bit, but not everything.

Nong Khiaw is beautiful! You go here to enjoy the view and what a nice view it is :-) We just stand on the bridge and look at sunset, sunrise or the stars. What more can you wish for? Here there are a couple of caves too. They are special if you think that people used them to hide there during wars and that they have even had a bank in here for a while. We miscalculate our money so don’t have that much with us when we are here and there aren’t any ATM’s in this heavenly place. So after a couple of days we have to go back to Luang Prabang. This time we take a tuktuk, an uncomfortable 4 hour trip. But anything better than that boat!

Our last days in Laos we are in Luang Prabang again. We just hang around, drink fruit shakes and eat baguettes, visit the night market every evening (in search of the best souvenirs of course), visit Wat Xieng Thong and, most important, arrange my visa for Vietnam. Because of Chinees/Vietnamees New Year the consulate is closed for 12 days. Nobody in the West would even think about doing that. But I get my visa… the day before we fly to Hanoi.

We leave nice and warm (35 degrees Celsius) and peaceful Laos and arrive in cold (17 degrees Celsius), buzzing and crazy Hanoi. What a difference. The next day Merte has to go home :-( and I am alone here between hundreds of thousands of honking cars and motorbikes and a lot of people. Now I have to wait till my mom joins me here in two weeks.  

Sunday, February 5, 2012

Then life changed my itinerary...

Link to see the pictures of Thailand! (click here)

The English version is below the Dutch (in purple).

En zo begint het tweede deel van mijn reis in Bangkok. Ik heb meteen een soort tweede cultuurshock. Iedereen loopt hier in hotpants, draagt topjes (stel je voor: blote schouders!!) en korte jurkjes en rokken. WOW. Bangkok is groot en overweldigend en ik blijf hier een week om een beetje te acclimatiseren! Ik heb hier 25 jaar geleden een half jaartje gewoond en ga op zoek naar ons oude huis. Helaas is er niets dat ik herken en waarschijnlijk is ons huis net met de grond gelijk gemaakt…

Met de ferry en de skytrain begin ik mijn weg rond de stad te vinden. Ik bezoek het Grand Palace, het Jim Thompson’s huis, het Dusit Palace, zie een tentoonstelling over de overstroming en nog een aantal Wat’s (Boeddhistische tempels). Vooral het Dusit Palace blijkt een leuke verrassing omdat het een tentoonstelling heeft van gouden en zilveren objecten zoals tronen en schepen die zijn gemaakt voor de koning en koningin, door plaatselijke goudsmeden.

Ik overnacht vlakbij Khao San Road en degenen die deze plek kennen, weten dat een week dan errug lang is! Het is hier de hele dag ‘zuipen’ en rondhangen. Niet mijn ding, dus ik pak mijn tas weer in en neem de bus naar Ayutthaya, een stad ten noorden van Bangkok.

Hier aangekomen, nog voordat ik haar naam weet heb ik Chineze reisgenote gevonden om de kamer mee te delen. Samen met Echo doe ik diezelfde middag nog een boottour rondom de stad. Zichtbaar is hoe hoog het water heeft gestaan door de waterlijnen die hun marking hebben achtergelaten. Een hoop dingen hebben behoorlijk onder water gestaan. De boottour brengt ons langs de highlights van Ayutthaya en ondertussen raken we met de anderen op de boot in gesprek. Met een groepje eten we ’s avonds een hapje snacks op de markt.

Bij een van de Wat’s die we die middag hadden bezocht was een ceremonie aan de gang voor een overleden dame en we mogen ’s avonds langskomen om het vervolg te bekijken. De dochter van de overleden vrouw wil ons graag haar cultuur laten zien en wij willen het graag meemaken. Wanneer krijg je zo’n kans? De volgende dag wordt de dame daadwerkelijk gecremeerd, dus na een dagje fietsen door de stad gaan we naar een Thaise crematie. Het is een aparte ervaring: de kist is open, er worden nog wat gebeden gepreveld en er wordt een cocosnoot boven haar opengekraakt waarbij het sap over haar heen wordt gesprenkeld. Dan wordt de kist opgetild door de familie en in de oven geschoven. Deurtje dicht en brander op standje hoog. Over een uur is deze mevrouw ‘klaar’. Niemand huilt, ze heeft de respectabele leeftijd van 90 of zo gehaald.

Samen met Echo, Rilana (uit Zwitserland) en Stéphanie (uit Frankrijk) neem ik de bus naar Sukhothai. Op de bus ontmoeten we Dominique (uit Nederland) en met z’n vijven ontdekken we Sukhothai, wederom per fiets. Sukhothai is voornamelijk een stad met ruïnes van Wat’s en Boeddhabeelden. Mooi en als je je verbeelding gebruikt zou het er lang geleden nog indrukwekkender uit hebben moeten zien.

Met Rilana en Echo reis ik verder naar Chiang Mai. Dit is voor mijn gevoel het Utrecht van Thailand. Het is een dorpse stad. Heerlijk. We slenteren een paar dagen hier rond, bekijken Wat’s, winkelen, nemen een massage en zoeken elke keer plekjes om lekker te eten. Ik heb ondertussen de bijnaam Cookie gekregen. Goh, hoe zou dat nou komen? ;-)

Hoogtepunt hier is toch wel dat Rilana en ik naar het Tiger Kingdom gaan, waar we met kleine tijgers knuffelen. Ik bedoel dus echt die beesten aanraken en zo. Wanneer krijg je de kans om zo’n wild dier van zo dichtbij te zien?? Heel bijzonder!

We vieren in Chiang Mai met z’n drietjes Kerst gekleed in een luchtig jurkje en slippers omdat het hier heerlijk warm is. ’s Avonds eten we raclette (door Rilana uit Zwitserland meegenomen!) met bier en zelf in elkaar geknutselde salade. Heerlijk!

Tweede kerstdag (wat verder door niemand gevierd wordt, behalve wij Nederlanders) gaan we naar Pai, nog verder noordelijk Thailand. Deze hippieplek is voornamelijk voor relaxt niets doen. We huren 2 dagen een brommer en touren samen met twee Israeli jongens rond in dit bergachtige gebied. Het is hier heerlijk, vooral omdat het zo rustig is ten opzichte van Chiang Mai. Echo vertrekt vanaf hier naar Laos en Dominique zien we hier weer, maar die gaat alweer eerder terug naar Chiang Mai. Rilana en ik volgen haar een dag of twee later.

In Chiang Mai beginnen we met aftellen richting oud en nieuw. En dan gebeurt iets waar ik tijdens mijn reis voor vreesde: op oudjaarsdag hoor ik dat mijn vader ’s ochtends is overleden. In een vreemde waas vier ik om 12 uur ’s nachts het nieuwe jaar en een paar uur later zit ik in het vliegtuig terug naar Nederland. Hoe bizar kan het leven lopen.

Terug in Nederland regel ik samen met mijn zus, broers en de vrouw van mijn vader de begrafenis. De dag nadat hij is begraven ben ik qua energie helemaal op. De jetlag komt nu pas binnen zetten. Hoe gemengd kunnen je gevoelens zijn: blij om familie en een paar vrienden weer te zien, terwijl ik helemaal niet in Nederland wil zijn! Heel tegenstrijdig.

Van tevoren heb ik met papa besproken dat ik niet terug naar huis zou komen als het slecht(er) met hem zou gaan en ik had ook voorgenomen om niet voor de begrafenis over te vliegen, mocht het zover zijn. Maar tijdens mijn reis zijn in twee weken tijd (rond september/oktober) een nichtje en een neef van mij overleden. Ik was toen alleen aan het reizen en merkte dat afscheidnemen op afstand heel anders is. Letterlijk afstandelijker. Het reisleven gaat gewoon door, ook al geef je er aandacht aan. Gelukkig kun je iedere dag, ieder moment je keuze veranderen en zo besloot ik toen dat ik wel naar huis zou gaan, wat ik dus uiteindelijk heb gedaan. Wat is het fijn om even lieve bekenden om je heen te hebben. Dank jullie wel voor de lieve woorden en warme knuffels!  

Maar, thuis in Nederland vertelt mama dat ik waarschijnlijk op het verkeerde adres in Bangkok heb gezocht. Blijkt een andere Soi aan de Sukhumvit Road te zijn. Dus er is nog een kans dat ons huis er nog wel staat. Ik ga het bekijken als ik weer in Thailand ben.
In English

So, part two of my trip starts in Bangkok. I have a second culture shock here. Everybody walks around in hotpants, wears tanktops (can you imagine: bare shoulders!) and short dresses and skirts. WOW. Bangkok is big and overwhelming and I stay here for a week just to acclimatize! I’ve lived here for six months, 25 years ago and I try to find our old house. Unfortunately I don’t recognize anything and our house is probably taken down.

I start to find my way around town with the ferry and skytrain. I visit the Grand Palace, Jim Thompsons house, the Dusit Palace, see an exhibition about the flooding and a couple of Wat’s (Buddhist temples). Especially the Dusit Palace is a great surprise because it has an exhibition of gold and silver objects like thrones and ships which were made for the king and queen by local goldsmiths. (I’m a goldsmith too).

My guesthouse is near Khao San Road and those who know this place will agree that staying there for a week is way too long! This place is all (and only) about drinking (a lot) and hanging around. Not really my way of life, so I pack my bag and take the bus to Ayutthaya, a city north of Bangkok.

I arrive here and before I even know her name I found myself a Chinese roommate. Together with Echo I agree on doing a boat tour around town, that same day. You can see how high the water level has been, as it has left a waterline mark everywhere. A lot of things have been really flooded… The boat tour shows us the highlights of Ayutthaya and in the meantime we talk to the other passengers on board. With a group of them we eat a snack for dinner at the market.

While visiting one of the Wats that afternoon we come across a ceremony for a deceased lady. It happens that we are invited to come see the rest of the ceremony that evening. The daughter of the woman wants to show us her Thai culture and we would like to see it. How often do you get that opportunity? The next day the deceased lady will be cremated, so after a day of bicycling around the city we attend a Thai cremation. It’s an experience: the coffin is open, some people say some prayers and someone cracks open a coconut above her and pours the juice over her. Then the family lifts the coffin and shoves her into the oven. Doors closed and fire up. In about an hour this lady will be ‘done’. Nobody cried, she reached a respectable 90-something age.

Together with Echo, Rilana (from Switserland) and Stéphanie (from France) I take the bus to Sukhothai. On the bus we meet Dominique (a Dutchee too) and with the five of us we discover Sukhothai, again by bicycle. Sukhothai is a city that is scattered with ruins of Wats and Buddha sculptures. It is beautiful and if you use your imagination it must have looked even more impressive back in the day.

I travel onward to Chiang Mai with Rilana and Echo. This city feels like Utrecht, my hometown back in the Netherlands. It’s a town like city and I love it. We scatter around, look at Wats, shop, have a massage and look for great places to have some good food. In the meantime the girls started calling me Cookie. Gosh, I wonder why ;-)

One of the highlights here is when Rilana and I go to the Tiger Kingdom, where we get to hug little tigers. I mean really touch these animals. Can you imagine? It was more special than I thought it would be on beforehand.

Because it’s such nice warm weather we celebrate Christmas wearing a summer dress and flip flops. We eat raclette cheese, which Rilana brought from Switzerland, with beer and a self made salad. It was great and very tasty all together!

The day after Christmas we go to Pai, more north in Thailand. This hippy place is known for just relaxing and doing nothing. We rent a motorbike for 2 days and tour around the neighborhood with 2 Israeli guys we’d met. This place is great, especially because it so nice and quiet compared to Chiang Mai. Echo takes off to Laos from here and we meet up with Dominique here again, but she goes to Chiang Mai. Rilana and I follow here a day or two later.

In Chiang Mai we start the countdown to New Years Eve. And then something happens I have been afraid of during my trip: on the last day of 2011 my dad passed away. In a strange vibe I celebrate the new year at midnight and a couple of hours later I’m on a plane back to the Netherland. How weird life can be.

Back ‘home’ I help arrange the funeral together with my sister, brothers and the wife of my father. The day after he is buried I collapse totally, energy wise. Now I finally have time to feel my jetlag. And all these mixed feelings: being happy to see my family and a couple of friends, while I actually don’t want to be in the Netherlands. It feels contradictory.

Before I began my travel my dad and I had decided that I wouldn’t come back if his health would get bad/worse and I didn’t want to go back for the funeral either, if it would come that far. But during my trip (around September/October) two cousins died within two weeks. I was alone at the time and realized that saying goodbye and grieving is different when you are away. The life of a traveler goes. Luckily you can change your mind every day, at any moment and then I decided I would go home, which I did. It was so nice to have all these sweet friends around. Thanks for the nice words and warm hugs.

Back at home I discover that I probably went to the wrong address in Bangkok. Apparently it would be on a different Soi at the Sukhumvit Road. So now I have another chance to find out if our house is still there. I’ll see, when I’m back in Thailand.


Saturday, December 17, 2011

The Rajasthan way



(English version of this blog is down below)

Het is alweer meer dan een maand geleden dat ik een laatste blog update heb gegeven. Er is de afgelopen periode veel gebeurd. Teveel om allemaal te beschrijven, maar hierbij een soort van samenvatting zodat de foto’s voor jullie hopelijk iets meer tot de verbeelding spreken.


Vanuit Nepal vlieg ik terug naar Varanasi in India. Ondertussen is het anderhalve maand later en dus de monsoon nu echt over. Het water is zo’n 5 tot 10 meter gezakt en ik kan nu het echte Varanasi zien. Nu kun je langs het water via alle ghats lopen. Even voor de duidelijkheid: een ghat is een trap die naar het (heilige) water leidt. Hier worden puja’s (ochtendgebeden) en aarti’s (avondrituelen) gehouden, de was en de afwas gedaan en sommige specifieke ghats worden voor crematies gebruikt. Varanasi heeft zo rond de 100 ghats in totaal en nee, ik heb ze echt niet allemaal gezien, maar wel een hoop. Na een paar dagen hier weer bivakkeerd te hebben neem ik de slaaptrein (in totaal 17 uur) naar Jaipur.

In Jaipur heb ik met Amanda afgesproken. Deze Australische heb ik ontmoet tijdens de Tibet tour. We hebben besloten om samen door de staat Rajasthan te reizen. We beginnen met twee dagen door Jaipur (de roze stad) per autorikshaw. Het observatorium (Jantar Mantar) is een grote verrassing omdat we dat eerst over wilden slaan. Het city palace is gewoon mooi. Amber fort, daarvan begrijp je meteen waarom het zo heet (de kleur… ;-) We zien zonsondergang vanaf de Monkey Temple (drie keer raden waarom die zo heet… ;-) Toch, echt roze vinden we deze stad niet. En voor degenen die de Taj Mahal al mannelijke uitsloverij voor een vrouw vonden…. De roze stad is ontstaan omdat een maharaja aan zijn vrouw vroeg wat hij haar als cadeau kon geven. De dame, gek van roze, antwoordde: “Iets roze” en dus gaf hij haar een roze stad!

Vanaf Jaipur boeken we een tour door de rest van de staat Rajasthan heen, maar dan met auto en chauffeur. Het maakt het leven net wat makkelijker. Samen met Krishna (ongetwijfeld in zijn vorig leven een F1 coureur geweest ;-) gaan we op pad en beginnen in Jaisalmer. Deze stad wordt de gouden stad genoemd en dat is dan weer wel duidelijk te zien. Het fort hier wordt nog bewoond (voornamelijk door winkeliers, wat een beetje irritant is), en is versierd met prachtig filigrainwerk. Vanaf hier doe ik een kamelensafari van 1,5 dag. Mijn kameel, Mr Khan is een beetje een slome, maar dat vind ik eigenlijk niet zo heel erg ;-) ’s Avonds slapen we onder de sterrendeken. Geweldig!!! De volgende dag weer terug hobbelen en met spier- en kontpijn stap ik de auto weer in.

We rijden verder naar Jodhpur, de blauwe stad. Weer een fort met paleis gezien. Deze is echt groot!

Van hieruit gaan we door naar Ranakpur, een minder bekende plek maar hier staat een Jain tempel met 1444 pilaren. Ik heb ze niet allemaal geteld, maar indrukwekkend en mooi is het wel, deze witte tempel.

Dan gaan we via Kumbalgarh fort naar Udaipur. Udaipur is een van mijn lievelings steden van deze hele tour. Het is er touristisch, maar heeft ook echt een leuk karakter. Het voelt een beetje aan als Venetië. Ook hier zien we weer het paleis dat de stad te bieden heeft, maar maken ook een boottochtje over Lake Pichola en gaan naar het Ahar kerkhof. Dat laatste is een indrukwekkend geheel van kleine en grote tempels. Het doet me een beetje aan dat ene beroemde Franse kerkhof doet denken (ik ben de naam nog steeds kwijt), maar dan met ‘Indian-touch’ uiteraard ;-)
Tegen de tijd dat we bij Chittorgarh (het grootste fort van Rajasthan) zijn aangekomen, zijn we een beetje forten-moe. Wat wel weer leuk is, is dat we ons hier hebben verkleed als echte Rajasthaanse vrouwen. Je moet alleen even vergeten dat we een blanke huid hebben en ik te groot ben ;-) Dan weer snel door naar Pushkar. Hier staat de enige Brahma tempel van heel India. Mooi om te zien, maar dit dorp is een beetje teveel van het oplichten. Zelfs tijdens een kleine plechtigheid met een van de Brahma priesters…. Soms voel je je ineens zo’n domme toerist die weer eens wordt beetgenomen.

Vervolgens gaan we door naar Bundi, een dorpje met een heel schattig paleis met mooie fresco’s. Hier is alles veel gemoedelijker en dat is wel fijn zo na Pushkar. Het fort biedt, naast het uitzicht over het dorp, verder weinig meer dan een hoop apen die je aan staan te staren.

Omdat we Fatehpur Sikri willen zien, overnachten we bij het natuurpark Ranthambor, maar doen daar verder geen tour. Onze tijd begint beperkt te raken en dus sjeezen we door richting Agra. In Fatehpur Sikri hebben we de moskee bekeken, maar ook hier valt het me tegen hoeveel mensen je iets proberen te kopen of proberen te foppen…  Fatehpur Sikri is naast de moskee ook een stad die gebouwd is door een maharaja (als ik het goed onthouden heb). Met het bouwen van de stad was alleen totaal geen rekening gehouden met de toevoer van water… Redelijk essentieel, zou je zeggen in de woestijn.  Dus toen de beste kerel 14 jaar later overlijdt, wordt de stad verlaten. Het is allemaal nog behoorlijk in tact zeg maar.

Als laatste stop voordat we weer in Delhi zijn, hebben we Agra. Ik heb al eerder geschreven wat ik van de Taj Mahal vond, dus die heb ik dit keer maar overgeslagen. Helaas moeten Amanda en ik hier afscheid nemen van onze chauffeur en vriend Krishna! Onze tour is afgelopen.

We nemen de trein terug naar Delhi en Amanda komt er dan pas achter hoeveel souveniers ze echt heeft gekocht. Alles werd steeds achterin de auto geladen, maar nu moesten we het zelf vervoeren tussen de duwende en trekkende Indiërs…

Na 2 dagen Delhi nemen ook Amanda en ik afscheid. Zij gaat terug naar huis en ik ga naar het volgende deel van mijn reis: Zuidoost Azië.

En zo komt het dat ik alweer mijn eerste 100 dagen reizen erop heb zitten. Op naar mijn nieuwe avontuur!


In English

It’s been more than a month since my last blog. A lot has happened! It’s too much to describe it all, but I’ll try and make a summary so the pictures make more sense to you guys.


I fly from Nepal back to Varanasi in India. In the one and a half month that I have spent in Nepal and Tibet, the monsoon finally really finished. The water level has dropped about 5 to 10 meters and now I can see the real Varanasi. Now you can walk via all the ghats. A ghat is a flight of stairs down to the (holy) water. The ghats are used for puja (morning prayer) and aarti (evening ceremony), for washing the dishes and clothes and some ghats are used for cremating dead people. Varanasi has around 100 ghats, but I haven’t seen them all, although I saw quite a lot of them. After a few days of hanging around this city I take the night train to Jaipur. A trip of 17 hours.


In Jaipur I meet up with Amanda. I met her during the tour through Tibet and decided to see the state Rajasthan together. We start off with two days of sightseeing in Jaipur (the pink city) per autorikshaw. The observatory (Jantar Mantar) is a big surprise, since we first wanted to skip this. The city palace is just beautiful. We understand why the Amber fort carries her name (the colour ;-) We see sunset from the Monkey Temple (guess why it’s called like that ;-) Still, we don’t think the city is really pink. And for those of you thinking the Taj Mahal was an act of a man showing off for a woman… The pink city became pink because a maharaja asked his wife what she wanted as a present. The lady, crazy about pink, answered: “Something pink” and so the man gave her a pink city!


In Jaipur we book a tour for the rest of the state Rajasthan, but with a car and driver. It makes life a little easier. Together with Krishna (I’m sure he was a racecar driver in his previous life ;-) we hit the road and start in Jaisalmer. This city is called the golden city and that does make sense. People still live in this fort (mostly by shopkeepers, which is a little annoying) and is decorated with beautiful filigree. Here I do a camel safari of 1,5 days. My camel, Mr Khan is a bit slow, which I don’t mind at all ;-) At night we sleep under the stars. Awesome!!!


The next day we drive back and with a sore butt and sore muscles I get back in the car.

We drive to Jodhpur, the blue city. And here we see another fort with a palace. This one is really big!


From here we drive to Ranakpur, a less known place but here is one of the bigger Jain temples with 1444 pilars. Okay, I didn’t count them all, but it was impressive and beautiful, this white temple.


Via Kumbalgarh fort we go to Udaipur. This has become one of my favorite cities of this tour. I’ll admit, it touristy, but it also has a cute character. It’s a bit like Venice (Italy). Once more we see the palace that this city offers, but also do a boat ride over Lake Pichola and go to Ahar cemetery. That cemetery is an impressive piece of land with big and small temples. It reminds me of that famous French cemetery (of which I still don’t remember the name), but with an ‘Indian-touch’ of course ;-)


By the time we reach Chittorgarh (the biggest fort in Rajasthan), we’re a little ‘forti-fied’. But here we take some nice pictures dressed up as real Rajasthani women, if you ignore the fact that we are white and I am to tall ;-) After this we go to Pushkar. Here is the only Brahma temple in the whole of India. Nice to see, but the rest of this village feels like it wants to trick you. Even when we attend a small ceremony with a Brahman priest…. Sometimes I feel like such a dumb tourist who can be tricked over and over again.


We continue our journey to Bundi, a village with a cute palace with beautiful frescos. In this place it’s much more relaxed and laidback and that was just what I needed after Pushkar. The fort offers a nice view of the village, but that’s all. You get stared at by a lot of monkeys there.


Because we want to see Fatehpur Sikri, we sleep near Ranthambor National Park, but don’t take a tour into it. Our time in India is coming to an end and so we (or actually Krishna) put the pedal to the metal. In Fatehpur Sikri we take a look at the mosque, but it surprises me how many people want to sell you something…. Fatehur Sikri is a town too, built by a maharaja (if I remember it correctly). When building it the only thing they forgot to think about was the supply of normal water…. Quite essential, you would say, in a desert. So when the maharaja died, 14 year later, they abandon the town. So, most of it is fairly intact. 


Last stop before Delhi, is Agra. I’ve written before what I think about the Taj Mahal, so I skip it this time. Unfortunately Amanda and I have to say goodbye to our driver and friend Krishna here! Our tour has come to an end.


We take the train back to Delhi and now Amanda discovers how much souvenirs she has really bought. Before, everything was neatly loaded in the back of the car, but now we have to transport it ourselves between pushing and shoving Indians…


After 2 days in Delhi, Amanda and I also have to say goodbye. She is going back home and I’m off to the next part of my trip: Southeast Asia.


And so it happens that I’ve been travelling for over 100 days now. Off to my next adventure!

Amanda and Krishna: thank you both for the great 2 weeks in wonderful Rajasthan! You have made it extra special. Good company and great laughs. Danyabad!

Thursday, November 10, 2011

Trekking in Nepal

Link to photo album

Na het geweldige Tibet is terugkomen in Kathmandu wel weer even wennen. Wat een drukte en wat een mensen. Na  twee dagen ben ik er dan ook wel klaar mee en neem ik de bus naar Pokhara. Dit ligt 200 kilometer ten westen van Kathmandu en daar doe je ongeveer één hele dag in de bus over. Deze busritten blijven een soort van uitdaging. Niet alleen omdat de wegen hier echt wel anders zijn en mensen hier ook wat anders rijden (understatement van het jaar;-). Ook mijn lijf vindt dit soort ritten niet zo fijn. Ik ben duidelijk te lang hier voor. Dit keer zit ik helemaal achterin en dan is het net een achtbaan. Soms word ik zo hard gelanceerd door een kuil in de weg, dat ik met mijn hoofd tegen het plafond aan smak.

 In Pokhara doe ik de eerste tijd vooral niets. Het is hier super relaxet, dus ik geniet van het meer en de omgeving. Op sommige dagen laat de Himalaya’s zich zien. Toch wel indrukwekkend. Hier kom ik oude bekenden tegen en ontmoet ook nieuwe mensen. Ik huur een paar keer een fiets om zo iets meer van de omgeving te zien. Door diverse mensen, die vol enthousiasme terugkomen van een trekking boek ik ook een hike van 7 dagen.

Samen met een vrouwelijke gids en tevens draagster van mijn grote rugzak ga ik op weg. De route die we afleggen is de volgende:

-          Dag 1: Nyapul (1070m) naar Ulleri (2020m)
-          Dag 2: Ulleri (2020m) naar Ghorepani (2860m)
-          Dag 3: Ghorepani (2860m) via Poon Hill (3210m) naar Chuile (2309m)
-          Dag 4: Chuile (2309m) naar Chhomrong (2170m)
-          Dag 5: Chhomrong (2170m) naar Jhinudanda (1780m) en de Hot Springs
-          Dag 6: Jhinudanda (1780m) naar Pothana (1950m)
-          Dag 7: Pothana (1950m) naar Phedi (1130m) 

Tussendoor per dag zijn we ook nog vaak gestegen en gedaald. Laten we het zo zeggen: ik heb genoeg trappen gezien!!! En deze zijn niet zo gelijkmatig als je zou hopen.  

De trek is voor mij fysiek toch wel een uitdaging. Ik kom erachter dat ik de afgelopen twee maanden gewoon geen ruk heb gedaan aan mijn conditie en dat wordt me nu maar al te pijnlijk duidelijk. De derde dag staan we om 4:30u (ja, ’s ochtends!) op om Poon Hill te beklimmen, zodat we de zonsopgang kunnen bekijken. Zoals de foto’s jullie zullen vertellen: ik heb alleen het bord gezien van hoe het uitzicht zou moeten zijn. Toch, toen ik daar bovenop die berg stond, besefte ik ineens dat ik in ongeveer 48 uur tijd, ruim 2000 meter was gestegen. Geen wonder dat mijn kuiten in opstand waren ;-) Maar wel een prestatie, al vind ik het zelf! 

Ook bij Chhomrong (dag 5), waar je normaal gesproken een prachtig zicht op de diverse Annapurna’s en Macchrepuchre (Fishtail) hebt, zag ik wolken. Twee keer een glimp (letterlijk) van de machtige Himalaya’s gezien, waardoor ik mijn gids geloofde dat ze er toch echt wél zijn.

De laatste ochtend, bij Pothana klaarde de lucht ineens op en hebben we ze gezien. Okee, dat is toch echt wel indrukwekkend! Gemiddeld zijn ze zo’n 7000 á 8000 meter…. Het maakt me klein en nederig. Ik heb besloten nog een keertje terug te gaan naar Nepal (over een paar jaar) en dan loop ik naar Annapurna Base Camp (A.B.C.) of Everest Base Camp (E.B.C.). Maar dan ga ik wel eerst weer sporten en zo.  

Ik ben blij dat ik een vrouwelijke gids bij me heb! Het is niet alleen gezellig, maar ook minder ‘inconvenient’ als ze twee keer bij mij op de kamer slaapt.  Ze werkt bij de organisatie die “3 Sisters Adventure” heet (moet je even Googlen). Deze organisatie richt zich op vrouwen door hen training aan te bieden, zodat ze kunnen gaan werken als draagster (porter) en later als gids. Het is een van de weinige organisaties die hen deze mogelijkheid tot werk en vooral gelijkheid ten opzichte van mannen geeft.  

Het lopen heeft me goed gedaan. Even 7 dagen lang geen internet of mobiel om me heen. De lodges zijn erg basic, waarbij warm water een luxe is die er vaak niet is. Het uitzicht was de hele weg nihil dankzij de mist en wolken. Even echt met mezelf zijn dus en mijn gedachten eens op een rijtje brengen. Ik ben alweer 2,5 maand aan het reizen. De tijd gaat snel…. 

Terug in Pokhara ben ik nu een beetje aan het chillen. Gisteren een motortje gehuurd en lekker door de omgeving gecrosst. Ik mis het motorrijden toch wel echt! Vanochtend een massage gehad bij een instituut die blinden opleidt tot masseur (‘Seeing Hands’). Hen wordt de mogelijkheid geboden een vak te leren en toch geld te verdienen, ondanks hun handicap. Het hebben van een handicap in dit soort landen betekent vaak dat men helemaal geen baan heeft. Ik moet wel zeggen dat hij alle pijnlijke plekken heeft gevonden! Mijn rug is wel 20 keer gekraakt, maar het voelt goed. Morgen reis ik terug naar Kathmandu en zondag vlieg ik terug naar Varanasi (India). Mijn Nepal avontuur zit er bijna op….


In English

After the amazing trip to Tibet, arriving in Kathmandu is really a lot to handle. A lot of business and a lot of people. I’m done with the fuzz, so after two days I take the bus to Pokhara. This place is about 200 kilometers west of Kathmandu, which takes a full day in the bus to get there. These bus rides are sort of a challenge. Not only because the roads are different and the people drive differently (understatement of the year ;-). My body also doesn’t like this way of travelling. I am really too tall for this. This time I’ve got a seat all the way in the back off the bus, which makes the ride feel more like a rollercoaster. Sometimes a ditch in the road makes me get launched off my seat so that I hit the ceiling of the bus.  

The first couple of days I do a whole lot of nothing in Pokhara. It’s so relaxed here, enjoying the lake and the surroundings. Some days the Himalayas show themselves. It’s impressive. Here I meet up with friends I’d met before on my trip and make new friends. I rent a bicycle a couple of times to see a bit more of Pokhara area. Several people come back from a trek with so much enthusiasm that I also book a trek of 7 days.  

Together with a female guide-cum-porter (she carries my big bag) we hit the ‘road’. This was our itinerary: 

-              Day 1: Nyapul (1070m) to Ulleri (2020m)
-              Day 2: Ulleri (2020m) to Ghorepani (2860m)
-              Day 3: Ghorepani (2860m) via Poon Hill (3210m) to Chuile (2309m)
-              Day 4: Chuile (2309m) to Chhomrong (2170m)
-              Day 5: Chhomrong (2170m) to Jhinudanda (1780m) and the Hot Springs
-              Day 6: Jhinudanda (1780m) to Pothana (1950m)
-              Day 7: Pothana (1950m) to Phedi (1130m) 

In between we also ascended and descended. Let’s say: I’ve seen enough stairs!!! And it's a bumpy road...

The trek is physically a challenge for me. I notice that for the past two months I’ve done nothing of any kind off exercise and that is made painfully clear to me. The third day we get up at 4:30 am (yes, in the morning!) to climb up Poon Hill, to see the sunrise. As the photos will show you: I’ve only seen the billboard with what the view should look like. Still, standing on top of that mountain made me realize that I’ve climbed 2000 meters in just over 48 hours. No wonder my calves are aching ;-)  But I’m proud of it, if I may say so! 

At Chhomrong (day 5), where normally you have a great view of the several Annapurnas and Macchrepuchre (Fishtail), I also get the view of only clouds. Just twice I see a glimps of the mighty Himalayas, so that I do believe my guide when she tells me they are really there.

The last morning, in Pothana the air finally clears and I get to see them. Okay, I’ll admit: they’re kinda awesome! With an average of 7000 to 8000 meters…. It makes me feel humble and small. I’ve decided to come back to Nepal sometime (in a couple of years) and walk to Annapurna Base Camp (A.B.C.) or Everest Base Camp (E.B.C.). But when I do, before I go, I’ll make sure I’ve worked out and have some stamina.  

I’m happy I hired a female guide! It’s not only good company, but also less inconvenient when she shares the room with me twice. She works for the “3 Sisters Adventure” (just Google that). This organization trains women in becoming first a porter and then guide. It is one of the few  organizations that gives women a chance to get work and especially evenly paid as their male colleagues.  

Walking has done me well. 7 days of no internet or mobile phone. The lodges are basic, where warm water is a luxury that doesn’t exist. The views are almost none the whole way, thanks to the fog and clouds. So I’m really with just me and my thoughts. I’ve been travelling for almost 2,5 months now. Time travels fast… 

Back in Pokhara it’s mostly chilling for me right now. Yesterday I rented a motorbike and cruised through the area. I really miss riding my motorbike! This morning I had a massage at an institute for blind people (called ‘Seeing Hands’). They educate these people in becoming and earning a living as a masseur, even though they are blind. In these countries, having a handicap often means having no work at all. I must say he pushed all the painful spots. My back has been cracked by him over 20 times, but it feels good. Tomorrow I will travel back to Kathmandu and Sunday I fly back to Varanasi (India). My Nepal adventure is coming to an end…

Thursday, October 27, 2011

My ‘Pica Quest’ (the P/flex chica’s picture quest)

Link to the photo album

Vlak voordat ik wegging op reis, kreeg ik van drie lieve vriendinnen (tevens voormalig collega’s van P/flex) een boekje. In dit boekje staat de opdracht om per land een aantal foto’s te maken met bepaalde dingen van dat land. Ik moet ook zelf altijd op de foto staan. Het is een leuke uitdaging die ik graag aanging. Tot nu toe gaat het best goed. Sommige reizigers die ik later weer tegenkom, vragen hoe het ermee staat J Vandaar dat ik er een blogstukje over schrijf, dan weet iedereen waarom er bij sommige foto’s: “Voor de P/flex meiden” bij staat. Ik heb er maar een aparte fotomap van gemaakt. Checken jullie hem af en toe?

Hierbij per land mijn foto opdrachten:

Ø  India

·         De Taj Mahal met iets typisch Nederlands
·         Een heilige koe op straat
·         2 Herkenbare Nederlandse toeristen
·         Jaipur, de roze stad
·         Maharadja’s

Ø  Nepal

·         Met de Mount Everest op de achtergrond
·         Een bengaalse tijger
·         Maandverband/tampons uit Nepal

Ø  Tibet

·         In originele Tibetaanse gebedshouding
·         Met een Tibetaanse monnik
·         Een gebedsmolen
·         De tempel Jokhang in Lhasa

Ø  Thailand

·         Full moon party
·         2 locals
·         Thaise tandpasta kopend
·         Een riksja tochtje makend

Ø  China

·         Met een fiets op de Chinese muur
·         Het keizerlijk paleis in Beijing
·         Het Terracottaleger in Xiang
·         De verboden stad in Beijing

Ø  Australië

·         Surfend met een surfdude op Bondi beach
·         Met meer schapen dan mensen
·         In een winkel Durex kopend
·         Bij het Opera House in Sydney

Ø  Nieuw-Zeeland

·         Op een toeristische plek in Christchurch
·         Pannenkoeken etend op Pancake Rock
·         Een Maori die zijn tong uitsteekt
·         Een originele kiwi

In English

Just before I went on my trip, three of my dear friends (and former colleagues of P/flex) gave me a little book. In this book they had written a quest for me to make some photos per country that I was going to visit, with on that photo typical things of that country. I always have to be in the photo myself as well. It’s a nice challenge, so I accepted. Until now it’s going quite good. Some of the travelers I meet again later in my trip have asked how it’s going with the picture quest. That’s why I decided to write a blog about it, so that everybody knows why some photos have the comment: “For the P/flex girls”. I’ve made a separate album for it. Will you check it once in a while?

Here are my photo assignments per country:

Ø  India

·         The Taj Mahal with something typical Dutch
·         A holy cow in the street
·         2 Recognisable Dutch tourists
·         Jaipur, the pink city
·         Maharadja’s

Ø  Nepal

·         With the Mount Everest on the background
·         A Bengali tiger
·         Sanitary pads/tampons from Nepal

Ø  Tibet

·         In original Tibetan prayer position
·         With a Tibetan monk
·         A prayer wheel
·         The temple Jokhang in Lhasa

Ø  Thailand

·         Full moon party
·         2 Locals
·         Buying Thai toothpaste
·         Taking a riksja tour

Ø  China

·         With a bicycle on the Chinese wall
·         The emperor palace in Beijing
·         The Terracotta army in Xiang
·         The forbidden city in Beijing

Ø  Australia

·         Surfing with a surfdude on Bondi beach
·         With more sheep than people
·         Buying Durex in a shop
·         At the Opera House in Sydney

Ø  New Zealand

·         At a touristic place in Christchurch
·         Eating pancakes on Pancake Rock
·         A Maori sticking out his tongue